| Een
innovatiestudie naar de architectuur van de afscheidsbijeenkomst
aan het einde van het leven. |
|
Van Brakelplein 30-b
9726 HE Groningen
tel
: 050 312 14 00
fax : 050 58 90 657
 |
Naar aanleiding
van bijgewoonde uitvaarten
rees
de vraag wat
voor architectuur hier
bij hoort.
De architectuur dient vooral de nabestaanden.
In
korte tijd maken zij zich los
van het dagelijks leven om
een herdenkings moment
voor een overledene te beleven.
Vaak samen met mensen die men op zo'n moment intensief
ontmoet.
|
Enerzijds
is er verdriet, anderzijds viert men dat men het leven met
deze overledene heeft mogen delen
en wordt het eigen bestaan aan dit
sterfgeval
gespiegeld
Het blijkt goed mogelijk voor deze aspecten omgevingen
te scheppen.
|
|
|
De
kist wordt langs een lange rechte lijn geleid, doorgaand van oprijlaan
tot na het moment dat de kist uit de ceremonie beweegt.
Drie fasen zijn
hierin te onderscheiden:
De laatste gang,
De
laatste eer
en
De
aarde en het licht |
|
|
De laatste gang.
Het
eerste deel wordt de kist te voet begeleid onder een luifel, over
een oplopende weg die steeds meer loskomt van de omgeving.
De
luifel is bij het begin met zijn horizontale vorm verbonden met
de omgeving en rust op monumentale vertikale kolommen.
|
|
|
De
stoet gaat aan kolommen voorbij.
Aan het eind hebben de kolommen een menselijke maat en welft de
luifel als een hoge koepel over de stoet.
|
|
|
De
laatste eer.
Voor het ontvangen van familie en
belangstellenden zijn er twee wachtruimten van verschillende grootte.
Doordat deze ruimten spiraalvormig zijn, van beschut met een laag
plafond, tot waardig met ruimte en een hoog plafond, hebben de nabestaanden
de mogelijkheid de sfeer van de ontmoeting te bepalen door de plek
die ze in deze ruimte kiezen.
|
|
|
De
individualiteit van elke aanwezige wordt onderstreept door verticale
elementen in de wand, verwant aan de kolommen onder luifel en aula,
met boven elke stoel een eigen raam. Elk raam met een glaskunstwerk |
|
|
In
de aula komen ronde ruimtevormen terug:
met concentrische ringen zijn familie en belangstellenden op een
amfitheater rond de kist geschaard.
Een koepel daarboven bindt alle aanwezigen.
|
|
|
In de binnenste
ring -waar in het centrum alleen nog de kist de laatste gang vervolgt-,
wordt de kist omringd door zeven elementen: zes tweepersoonszetels
met hoge rugleuningen voor de nabestaanden en een zevende element,
het spreekgestoelte, waarvan de overledene wordt gememoreerd.
De hoge zetels en de tussen de mensen staande kolommen maken dat
er vanaf het amfitheater geen vrij zicht meer is op de kist.
De rechterwand buigt achter de kist naar links waar de uitgang voor
de aanwezigen is. De wand helt achterover. |
|
|
De aarde en het licht.
Na
de ceremonie gaat de rechte lijn dalend verder naar de erachter
gelegen ovenruimte.
Daarboven brengt een kap met glaskunst in kleur het daglicht
in de aula.
Ook kunstlicht valt uitsluitend binnen via deze kap, die een
vrije vorm heeft ten opzichte van de koepel. De buitenste ring
van het amfitheater zal schemerdonker zijn. Een plek waar je
verbonden kan zijn met de overledene zonder je te verbinden
met de nabestaanden.
De
kap overdekt ook de achterruimte waar de kist haar laatste gang
na de ceremonie vervolgt.V
Vanuit de aula wordt
die ruimte aan het oog onttrokken door halfhoge coulissenwanden
als de balustrade, het spreekstoelklankbord en de vrijstaande wanden.
Men kan de aula en de achterruimte wel als één geheel
beleven door de kap.
|
| |
|